|
Om ermee aan de slag te gaan in deze zomertijd. Creëer je eigen summerschool, maak deze zomer voor jou profijtelijk!
Inleiding
Meer klanttevredenheid, een betere kwaliteit van ..... vul maar in, en voeg maar toe wat je nog meer bedenken kunt. Waar moet dit alles uiteindelijk toe leiden?
Tot minder winst?
Nee, natuurlijk niet, graag méér winst (niet alleen en ook juist niet louter op de korte termijn maar nog eeuwenlang - bedrijven kunnen honderden jaren blijven bestaan - men moet geen roofbouw plegen!) en als het kan voor iedereen winstdeling.
Wat is winst eigenlijk? Hoe kijkt men daar tegen aan? Wat vind jij ervan? Hoe rapporteren ondernemingen daarover? Onderzoek alles rondom het woord 'winst'. In theorie en praktijk; zie maar wat je tegenkomt. Kijk in een jaarverslag. Ga neuzen in de bibliotheek, op internet. Ga naar de Kamer van Koophandel, licht de jaarstukken van een bedrijf en kijk wat daarin staat over winst. Interview de financieel directeur als je de kans krijgt. Praat met accountants, met bankiers. Men spreekt over koers/winst-verhoudingen op de beurs, waar hebben ze het dan over? Onderzoek!
Straks word jij misschien winstverantwoordelijk manager. Winst is jouw probleem! Ga ermee aan de slag en praat met mensen om je heen over je bevindingen.
Je moet je straks afvragen: wat heb ik precies onderzocht, hoe is dat gebeurd, wat heb ik gevonden en hoe kan ik dat hard maken, verdedigen c.q. bewijzen?
Onderstaand volgt een overpeinzing die is bedoeld als aanzet maar het brengt sommigen misschien alleen maar in verwarring. Dan heb je in elk geval een paar vragen en dat is een goed begin.
Onderzoek alles en behoudt het goede!
En dan volgt nu het Hoofdartikel
De Jaarrekening, Extern, Fiscaal en Intern
een tour d'horizon
"De meeste lezers van een jaarverslag kijken allereerst naar de winst als belangrijkste maatstaf om het presteren van een onderneming te beoordelen (De Boer, Brouwers, Koetzier, 1995, p. 338)."
En verder "Winst is echter geen eenduidige grootheid, zoals temperatuur of gewicht (De Boer, Brouwers, Koetzier, 1995, p. 338)." Een bewering, zonder bewijs! Er wordt door genoemde auteurs alleen aangevoerd dat over wat winst is verschillende theorieën bestaan maar dat bewijst op zichzelf uiteraard nog helemaal niets.
"Tien bedrijfseconomen kunnen ten aanzien van de winst over een bepaald jaar van een onderneming tot tien verschillende antwoorden komen en ze kunnen allemaal gelijk hebben (De Boer, Brouwers, Koetzier, 1995, p. 338)."
Zou dat laatste waar kúnnen zijn? Bedenk wat de consequenties daarvan zijn! "Stel eens dat de winst FOUT is (en als het niet heel precies GOED is dan is het FOUT!), dan zijn bij een gegeven cash flow de afschrijvingen dus ook FOUT. Ongetwijfeld is dan de waardering van de activa FOUT, dus het Totaal Vermogen is FOUT. En bij een gegeven Vreemd Vermogen is dan ook het Eigen Vermogen FOUT. En alle afgeleide kengetallen zijn dan FOUT. Ook dingen als 'rentabiliteitswaarde' zijn dan FOUT. En dan is er nog veel meer FOUT (Jacobs, 1993, p. 10)."
SHBM
De meeste grote ondernemingen nemen in hun jaarverslag als derde overzicht (naast balans en verlies- en winstrekening) een Staat van Herkomst en Besteding der Middelen (SHBM) op, ook wel kasstroomoverzicht genoemd.
Gezien al die fouten
Wat blijft er dan nog over van de veelbesproken Du Pont de Nemours-chart?
Cash Flow
Gezegd wordt wel 'cash is a fact, profit is an opinion' maar een jaarlijkse kastoename geeft op zichzelf nog geen garantie voor succes. Men kan niet zonder het winstbegrip; een goed zicht op het rendement.
Er bestaan weliswaar uiteenlopende winstbepalingsstelsels maar vooralsnog kan daaruit alleen maar worden afgeleid dat het probleem van de winstbepaling veel haken en ogen heeft (dát is inderdaad zo), dat men over tal van zaken verschillend kan denken (dat mág, dat blijft mogen) en, zoveel is zeker, dat alle economen en accountants bij elkaar het winstbepalingsvraagstuk niet hebben opgelost.
Zoals gezegd, lezers van jaarverslagen willen de winst weten. Het is al een oud adagium: 'meten is weten'. En, meten begint met .....?
Met ijken.
IJken komt kort en goed neer op een stuk of wat afspraken en een serie data. Ter vergelijking: als we de standaardkostprijs van een product willen weten dan moeten we ook eerst gegevens hebben over normaal hoeveel kg van enig materiaal tegen welke normale prijs/kg, normale bewerkingstijden en -prijzen, wat de normale afval- en uitvalpercentages zijn, enzovoorts.
Economen praten als het gaat over winstbepaling niet eerst over ijken maar over principes.
Te noemen:
- voorzichtigheidsprincipe
- realisatieprincipe
- matchingprincipe, waaronder het principe van toerekening of accrual
- continuïteitsprincipe
- bestendigheidsprincipe
- materialiteitsprincipe
- .....
ik mis in deze door economen gegeven opsomming het waarheidsbeginsel!
Objectief méten, dát zal moet gebeuren. Bij voorbaat mag niks worden toe- of afgedaan aan wat wordt gemeten. Naar beste weten moet met alles rekening gehouden worden. Immer telt alleen de realiteit.
Is sprake van continuïteit, ja of nee?
Allicht matching, een juiste toerekening, want iets anders is in strijd met de realiteit.
Vanzelfsprekend materialiteit, alleen de zaken die van belang zijn, hoofdzaken dus. Wat niet of nauwelijks ter zake doet, is uiteraard te verwaarlozen.
Bestendig, een vaste gedragslijn, wis en waarachtig. Ik onderschrijf het bestendigheidsprincipe volledig. Nota bene strikter dan zoals het door economen wordt uitgelegd. Ik vind dat economen zich hoogst oppervlakkig en feitelijk alleen in naam aan het bestendigheidsprincipe houden. Economen bepleiten slechts het vasthouden aan een gekozen stelsel. Normaliter zijn geen stelselwijzigingen toegestaan waarmee is bedoeld aanpassingen van grondslagen. Wie binnen eenmaal getrokken, rigide lijnen blijft, voldoet daarmee aan het bestendigheidsprincipe aldus economen.
De grondslagen van winst- en vermogensbepaling mogen niet elk jaar anders zijn, want dan wordt vergelijking in de tijd onmogelijk. Dat is de raison d'être van het bestendigheidsprincipe, aldus praten generaties economen elkaar na. Het idee heeft postgevat dat het er niet toe doet hóe de winst wordt geteld áls men maar consistent telt. Fout geteld, er naast zitten zou niet erg zijn zolang maar consistent wordt geteld. Absoluut is het wellicht verkeerd, maar zolang niemand weet wat de echte winst is, is toch alles relatief. Het idee is al bijna een stelling geworden. Een hoger getal (volgens een consistente telling) suggereert meer winst. Zo niet absoluut dan toch relatief. Misschien is 100 meer niet precies 100 maar wellicht 70 meer of misschien 120 meer. Meer is meer. Het lijkt een harde stelling. Een garantie is er echter niet. Er is voor zo'n stelling geen spoor van bewijs. Zelfs geen greintje logica. Want 100 meer geteld kan best 45 minder zijn. Alles kan, letterlijk álles kan zolang we niet zeker weten, bewezen weten wat winst werkelijk is.
Gehandhaafd moet worden in principe heel het ijken, in detail. Goed ijken dringt door tot in de wortels van alle in de literatuur beschreven en alle in de praktijk gebruikte stelsels (IFRS, US-GAAP, enzovoorts) en omvat nog veel meer. Men kan enerzijds niet alle activa over één kam scheren noch wat betreft 'waardering' noch wat betreft 'handhaving' om de eenvoudige reden dat de diverse activa verschillend zijn en uiteenlopende functies hebben. Terwijl anderzijds een eenheid monetair actief, een eenheid handelsgoederen en ook een werkeenheid van een duurzaam productiemiddel te schrijven is als respectievelijk eenheid A, eenheid B en eenheid C. Elk actief heeft een naam en een waarde (-interval) op enig balansmoment. Eenmaal gekozen normen moeten normaliter door de tijd heen gehandhaafd blijven en hier en daar is een waarde ogenschijnlijk vrij in te vullen maar daar zit men vervolgens wel aan vast. "Elke normwijziging zal moeten worden toegelicht en verdedigd en de eindwaarden zijn de beginwaarden van de volgende periode. Wie fraudeert, komt zichzelf tegen (Jacobs, 1996, p. 382)."
Over het voorzichtigheidsprincipe: dit is gebaseerd op een conservatieve doctrine, "the belief that it is prudent to under-estimate rather than to give as accurate as possible an estimate of value, and this has no obvious theoretical justification (Whittington, 1989, p. 126)." We moeten niet pessimistisch zijn, ook niet optimistisch, maar realistisch.
Ook het realisatieprincipe is een onhoudbaar dogma. Wanneer is iets gerealiseerd, een feit geworden? Het dogma zegt: pas zodra het baar geld is geworden. Daarvoor bestaat geen theoretische grondslag. Baar geld is slechts een vorm, één van de diverse vormen. Aan elke vorm kleven risico's. Misschien aan de baar geld-vorm nog wel het meest. "En dineros sea el caudal, de aquel que quereis mal (Johan de Brune, de Oude, Bancket-Werck, 1660)."
Geen realiteit maar fictie. Waarom zou een euro (een van de eerste tien) behorend tot de aanvankelijke waarde van een herwaardeerbaar actief wel zonder meer terugkomen en daarom vol meetellen, terwijl dat voor een euro (een van de laatste tien) behorend tot de meerwaarde na herwaardering nog staat te bezien? Het staat, de toekomst is nu eenmaal ongewis, voor álle euro's van de dagwaarde van een al dan niet geherwaardeerd actief te bezien of ze daadwerkelijk zullen terugkomen. Alles wat geweten wordt incluis wat men denkt te weten over de toekomst hoort zo goed mogelijk in de waarde hier en nu te zijn verwerkt. Als het goed is, gebeurt in de toekomst niets bijzonders meer. Boekwinst noch boekverlies zal er zijn àls de boekwaarde goed is. Er zal dan slechts een uitruil plaatsvinden van goed tegen geld. Iets anders is nota bene in strijd met de matchinggedachte!
Wat zegt de Nederlandse wet waarachter velen zich verschuilen? De wettekst ter zake luidt: "Winsten worden slechts opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het opmaken van de jaarrekening zijn bekend geworden." Verslag doen van de realiteit en niets anders dan de realiteit, dát lees ik hieruit. Die wetgever is veel slimmer dan menigeen denkt. Het woord 'verwezenlijkt' duidt aan dat iets werkelijkheid is geworden. In welke vorm is niet van belang. Verwezenlijking is denkbaar in andere en veiliger vormen dan baar geld alleen. Vergelijk met 'de gefactureerde omzet' bovenaan de verlies- en winstrekening; voor wat er komt te staan onder de laatste streep op diezelfde verlies- en winstrekening geldt precies hetzelfde. De stukken van de jaarrekening dienen getrouw grootte en samenstelling van vermogen en resultaat weer te geven. Getrouw betekent in dit verband dat het in de jaarrekening gepresenteerde beeld binnen aanvaardbare grenzen met de werkelijkheid overeenstemt. Dát vereist de wet. Om dat te bereiken moet zo nodig van wettelijke bepalingen worden afgeweken, aldus de wet en overigens kunnen in de toelichting desgewenst complete extra balansen en gedetailleerd uitgeschreven extra verlies- en winstrekeningen opgenomen worden teneinde een getrouw beeld van de werkelijkheid te tonen. Kortom, de wetgever legt helemaal niks in de weg, integendeel. En ik onderstreep: nergens in de wet staat dat alleen baar geld telt. Dat is máár een interpretatie en het is niet voor niets verworden tot een dogma.
De fiscale jaarrekening is geheim, een deal tussen belastingplichtige en fiscus. De fiscale winstcijfers door de jaren heen worden allicht zo laag mogelijk vastgesteld waarbij de een geneigd is tot wat meer en de ander tot minder toegeven aan de fiscus.
Wat men extern moet of wil publiceren (IFRS, US-GAAP, enzovoorts), acht ik vers twee. Vooralsnog is van de huidige door accountants goedgekeurde jaarrekeningen maar heel weinig serieus te nemen. Tot het laatst toe tonen gefailleerde ondernemingen door de accountant goedgekeurde jaarrekeningen. Een jurist die veel faillissementen zag passeren merkte ooit op: "de accountantsverklaring garandeert alleen dat de cijfers goed zijn opgeteld"; er is geen garantie dat de cijfers juist zijn, conform de werkelijkheid.
Veel belangrijker, met het oog op het besturen van het bedrijf, is de interne, wetenschappelijke, enig juiste jaarrekening. En het gaat niet alleen over een heel jaar en het hele concern, maar vooral ook over jouw bedrijfsonderdeel of jouw project over elke willekeurige periode. Bewezen correcte interne winst- en vermogenscijfers komen op de eerste plaats. Men zal het toch eerst goed voor zichzelf moeten weten vooraleer men een flard daarvan zinvol naar buiten toe kan rapporteren. Wat heeft iemand, die het zelf niet echt goed weet, eigenlijk te vertellen?
© 2010 Jan Jacobs/JBA-Databank, alle rechten voorbehouden.
|