Van: JBA-Databank
Onderwerp: JBA-Kwartaal 2010-3
Datum: 05-07-2010 10:42:00
Aan: Meerdere ontvangers

 
 
Tips
Feitenmateriaal
Hoofdartikel
En nog wat meer
Secties / Sections:

NL E-cursus
NL Weblog
ENG E-course
Webshop Webshop

JBA-Databank
KvK nr. 06058640
7522 HJ Enschede (NL)
info@jbadatabank.com
 

JBA-Kwartaal 2010-3

eZine over Toegepaste Bedrijfseconomie

uitgave van JBA-Databank, e-mail nieuwsbrief van Jan Jacobs

*********************************************************

met waardevolle informatie waar je je voordeel mee kunt doen tips, feitenmateriaal en meer

Verschijnt elk kwartaal. Je ontvangt dit eZine omdat je je hier voor hebt opgegeven.
Voor wie is JBA-Kwartaal met name geschikt?
Met de link onderin deze mail kun je je abonnement opzeggen of wijzigen.
Deel de inspiratie en stuur dit eZine alsjeblieft door aan iemand voor wie deze informatie ook waardevol is.

Dag [naam],

In deze aflevering van JBA-Kwartaal weer enkele tips en feiten plus een Hoofdartikel waar je deze zomer je eigen summerschool van moet maken. Er volgt na het Hoofdartikel een verwijzing naar een vraagstukje over het meest simpele winkeltje. Jij runt dat winkeltje. Het is jouw pobleem.

 

Tips

2 Renterekenformules
Behalve de compounding/discounting formule staat in GRATIS Lespakket 1 ook de formule van de gelijkblijvende annuïteiten incluis restwaarde Rw. Er zijn daarbij 5 onbekenden: Ann, I, B0, N en Rw.
http://bedrijfseconomievooriedereen.nl/gratis/?page=Lespakket_1_GRATIS

De restwaarde Rw is vaak nul, dan zijn er nog maar 4 onbekenden.

In Lespakket 1 wordt getoond hoe je daar mee om moet gaan. Beide formules - de compounding/discounting formule én de formule van de gelijkblijvende annuïteiten - zijn twee stukken gereedschap en meer dan dit gereedschap is niet nodig om allerlei renterekensommen te kunnen oplossen.

Vakken en boeken als Bedrijfscalculatie en Financiële Rekenkunde alsmede financiële calculators, en ook de financiële functies zoals gebruikt in Microsoft Excel, zijn achterhaald en ouderwets. Alles rondom interest, disconto, annuïteiten en rentabiliteitsberekeningen, kan eenvoudig worden opgelost met wat staat in Lespakket 1.

Toekomst onvoorspelbaar? Wanneer wel, wanneer niet.
De toekomst i.e. de toekomende tijd - voorbij de crisis - is redelijk goed voorspelbaar; er zijn dan tal van opgaande trends. Tijd om te beleggen, tijd om op te bouwen. Een crisis ontstaat in een oogwenk, zodra manifest wordt dat de bomen toch niet tot in de hemel groeien. En we dus weer met beide benen op de grond terecht komen, dat wil zeggen, zij, die de crisis overleven, want in crisistijd is alles mogelijk.

Hét kenmerk van crisis is dat de toekomst onvoorspelbaar is.

Jantje lacht, Jantje huilt, er gebeuren de gekste dingen. Tijd voor gokkers, tijd voor speculanten.

Goede tijden, slechte tijden, is behalve de titel van een tv-soap ook een oeroude wijsheid.

In de volksmond heet het: na regen komt zonneschijn. Het leven zelf verloopt in fasen. We worden geboren, we leven en we sterven. Herfst, winter, lente, zomer en na een nieuwe winter volgt een nieuwe zomer. Er is de zogenoemde fasentheorie: opkomst, rijpheid, neergang. Na elke crisis volgt weer een nieuwe bloeiperiode. Feitelijk gaan we van crisis tot crisis met daartussenin een bloeiperiode. Een regering, de overheid kan een economische crisis wel verzachten of door verkeerde maatregelen juist verergeren maar niet echt vermijden. Elk individu en ook elk individueel bedrijf moet de crisis zien te overleven. Na de nacht gloort een nieuwe dag.

Het gebeurt plotsklaps – wees voorbereid op de klap
Vertrouwen geniet een politicus totdat het wordt opgezegd. Je bent in business, jij, jouw bedrijf, je land, tot faillissement wordt uitgesproken.

http://twitter.com/JanFJacobs  26 maart 2010

Een land is failliet zodra het geen nieuwe lange termijn (bijv. 10 jaar) staatsleningen meer kan plaatsen. Het gebeurt van de ene op de andere dag. Er kan dan alleen middels een herstructurering van de staatsschuld, dat wil zeggen verliezen te slikken door de houders van desbetreffende staatsobligaties, een oplossing worden bereikt.

Extreem kwetsbare financiële sector – wees alert
Minister De Jager, op maandag 10 mei 2010 in debat met de Tweede Kamer, onthulde dat hij vrijdagavond 7 mei 2010 verrast werd door de berichten uit Europa. Ineens droogden liquiditeitsstromen op, vergelijkbaar met wat er gebeurde na de val van Lehman Brothers, aldus een zichtbaar aangeslagen Minister De Jager.

Trap er niet in
Euro-leningen worden niet uitgeschreven door de EU-organen. Het EU-budget bestaat uit bijdragen van de leden-landen. Het zijn die nationale staten die voor eigen rekening en risico in Euro genoteerde staatsleningen uitschrijven, dus van steeds één bepaald Europees land. Het risico voor de belegger in Duitse, Griekse, Spaanse, Belgische en Nederlandse staatsleningen, ook al luiden die allemaal in dezelfde Euro, was en is niet gelijk. Alleen de korte rente wordt door de ECB bepaald. De lange rente is en blijft afhankelijk van de soliditeit van het land dat staatsleningen uitschrijft. Een land zal in gebreke blijven zodra de lange rente tot astronomische hoogte stijgt. Wanneer niet langer aan de verplichtingen kan worden voldaan volgt noodzakelijk een herstructurering, lees afstempeling van betreffende staatsobligaties met misschien wel meer dan 50 %. Iets dat wanneer het gebeurt niet als een verrassing komt voor wie heeft opgelet. Wie niet oplet, wie naïef is, wie goedgelovig is en belazerd wordt, en deels ook speculanten die welbewust hun verliezen nemen, zij, die ten slotte de stukken welke afgestempeld worden in handen hebben, betalen het gelag. ING Groep en eerder Delta Lloyd stoten Griekse en andere Zuid-Europese staatsobligaties af, aldus is bekend geworden. Aan wie, vraag ik mij af. Te vrezen valt aan de ECB want – hoewel altijd mordicus tegenstander van zulke praktijken die al sinds jaar en dag gemeengoed zijn in Groot-Brittannië en in de USA – koopt ook de ECB inmiddels slechte obligaties op, naar verluidt, om de markt gaande te houden.

 

Feitenmateriaal

Volg mij op twitter (voor bijvoorbeeld mijn commentaar op wat er in het nieuws is)
Akzo Nobel Q1 2010 revenue 3,246 (Q1 2009 3,272) million euro. It's down, not up! Figures 2009 are restated. National Starch reclassified! http://twitter.com/JanFJacobs  23 maart 2010.

Geloof geen enkel cijfer. Eis het bewijs.
Feit is dat de IFRS-winst NIET de echte winst is en ook het Comprehensive Income - volgens IFRS-regels berekend - is NIET correct. Geen enkel winstcijfer is correct zolang de winst niet zuiver is gemeten. Wantrouw elk cijfer zolang het bijbehorende bewijs niet integraal erbij wordt geleverd. Eis steeds het bewijs! Zie het hoofdartikel in deze aflevering van JBA-Kwartaal.

Kaesong
In de Kaesong-industriële zone, een bedrijventerrein op de grens tussen Noord- en Zuid-Korea, bieden zo'n 120 Zuid-Koreaanse bedrijven werkgelegenheid aan meer dan 40.000 Noord-Koreanen en 818 Zuid-Koreanen, die allemaal gewoon naar hun werk bleven gaan, ook toen Noord- en Zuid-Korea elkaar openlijk naar het leven stonden in mei 2010. Zuid-Korea dreigde toen Noord-Korea te zullen straffen vanwege de aanval op een Zuid-Koreaans marineschip. Een hoop tam-tam, maar zolang Kaesong ongemoeid blijft, …

Europa blijft achter
De economische groei verloopt in de wereld met verschillende snelheden, de wereldwijde onevenwichtigheden nemen toe.
Europa blijft duidelijk achter.
De werkloosheid in Europa is gestegen tot 10 % en dat blijft zo tot minstens eind 2011, volgens de OESO.

Draagvlak
Er is de staat van ontvangsten en uitgaven (het directe SHBM-overzicht in Lespakket 9). In de vorm van een voorcalculatie is dit een begroting ofwel een budget. Meer uitgeven dan ontvangen kan niet onbeperkt straffeloos. Jij als particulier kunt in een crisissituatie je leven drastisch omgooien en ook een bedrijf kan een harde sanering doorvoeren, waarna een spoedig herstel optreedt. Het zijn nu niet alleen particulieren en bedrijven die hun begrotingen en schulden moeten saneren, maar ook de grootste landen ontkomen er niet aan. Maar mondjesmaat, politieke compromissen, te weinig en te laat, kan worden ingegrepen. Voor een hard saneringsbeleid is geen draagvlak. De consequentie is dat het lang gaat duren.

 

Hoofdartikel

Om ermee aan de slag te gaan in deze zomertijd. Creëer je eigen summerschool, maak deze zomer voor jou profijtelijk!

Inleiding

Meer klanttevredenheid, een betere kwaliteit van ..... vul maar in, en voeg maar toe wat je nog meer bedenken kunt. Waar moet dit alles uiteindelijk toe leiden?

Tot minder winst?

Nee, natuurlijk niet, graag méér winst (niet alleen en ook juist niet louter op de korte termijn maar nog eeuwenlang - bedrijven kunnen honderden jaren blijven bestaan - men moet geen roofbouw plegen!) en als het kan voor iedereen winstdeling.

Wat is winst eigenlijk? Hoe kijkt men daar tegen aan? Wat vind jij ervan? Hoe rapporteren ondernemingen daarover? Onderzoek alles rondom het woord 'winst'. In theorie en praktijk; zie maar wat je tegenkomt. Kijk in een jaarverslag. Ga neuzen in de bibliotheek, op internet. Ga naar de Kamer van Koophandel, licht de jaarstukken van een bedrijf en kijk wat daarin staat over winst. Interview de financieel directeur als je de kans krijgt. Praat met accountants, met bankiers. Men spreekt over koers/winst-verhoudingen op de beurs, waar hebben ze het dan over? Onderzoek!

Straks word jij misschien winstverantwoordelijk manager. Winst is jouw probleem! Ga ermee aan de slag en praat met mensen om je heen over je bevindingen.

Je moet je straks afvragen: wat heb ik precies onderzocht, hoe is dat gebeurd, wat heb ik gevonden en hoe kan ik dat hard maken, verdedigen c.q. bewijzen?

Onderstaand volgt een overpeinzing die is bedoeld als aanzet maar het brengt sommigen misschien alleen maar in verwarring. Dan heb je in elk geval een paar vragen en dat is een goed begin.

Onderzoek alles en behoudt het goede!

En dan volgt nu het Hoofdartikel

De Jaarrekening, Extern, Fiscaal en Intern

een tour d'horizon

"De meeste lezers van een jaarverslag kijken allereerst naar de winst als belangrijkste maatstaf om het presteren van een onderneming te beoordelen (De Boer, Brouwers, Koetzier, 1995, p. 338)."

En verder "Winst is echter geen eenduidige grootheid, zoals temperatuur of gewicht (De Boer, Brouwers, Koetzier, 1995, p. 338)." Een bewering, zonder bewijs! Er wordt door genoemde auteurs alleen aangevoerd dat over wat winst is verschillende theorieën bestaan maar dat bewijst op zichzelf uiteraard nog helemaal niets.

"Tien bedrijfseconomen kunnen ten aanzien van de winst over een bepaald jaar van een onderneming tot tien verschillende antwoorden komen en ze kunnen allemaal gelijk hebben (De Boer, Brouwers, Koetzier, 1995, p. 338)."

Zou dat laatste waar kúnnen zijn? Bedenk wat de consequenties daarvan zijn! "Stel eens dat de winst FOUT is (en als het niet heel precies GOED is dan is het FOUT!), dan zijn bij een gegeven cash flow de afschrijvingen dus ook FOUT. Ongetwijfeld is dan de waardering van de activa FOUT, dus het Totaal Vermogen is FOUT. En bij een gegeven Vreemd Vermogen is dan ook het Eigen Vermogen FOUT. En alle afgeleide kengetallen zijn dan FOUT. Ook dingen als 'rentabiliteitswaarde' zijn dan FOUT. En dan is er nog veel meer FOUT (Jacobs, 1993, p. 10)."

SHBM

De meeste grote ondernemingen nemen in hun jaarverslag als derde overzicht (naast balans en verlies- en winstrekening) een Staat van Herkomst en Besteding der Middelen (SHBM) op, ook wel kasstroomoverzicht genoemd.

Gezien al die fouten

Wat blijft er dan nog over van de veelbesproken Du Pont de Nemours-chart?

Cash Flow

Gezegd wordt wel 'cash is a fact, profit is an opinion' maar een jaarlijkse kastoename geeft op zichzelf nog geen garantie voor succes. Men kan niet zonder het winstbegrip; een goed zicht op het rendement.

Er bestaan weliswaar uiteenlopende winstbepalingsstelsels maar vooralsnog kan daaruit alleen maar worden afgeleid dat het probleem van de winstbepaling veel haken en ogen heeft (dát is inderdaad zo), dat men over tal van zaken verschillend kan denken (dat mág, dat blijft mogen) en, zoveel is zeker, dat alle economen en accountants bij elkaar het winstbepalingsvraagstuk niet hebben opgelost.

Zoals gezegd, lezers van jaarverslagen willen de winst weten. Het is al een oud adagium: 'meten is weten'. En, meten begint met .....?

Met ijken.

IJken komt kort en goed neer op een stuk of wat afspraken en een serie data. Ter vergelijking: als we de standaardkostprijs van een product willen weten dan moeten we ook eerst gegevens hebben over normaal hoeveel kg van enig materiaal tegen welke normale prijs/kg, normale bewerkingstijden en -prijzen, wat de normale afval- en uitvalpercentages zijn, enzovoorts.

Economen praten als het gaat over winstbepaling niet eerst over ijken maar over principes.

Te noemen:

- voorzichtigheidsprincipe

- realisatieprincipe

- matchingprincipe, waaronder het principe van toerekening of accrual

- continuïteitsprincipe

- bestendigheidsprincipe

- materialiteitsprincipe

- .....

ik mis in deze door economen gegeven opsomming het waarheidsbeginsel!

Objectief méten, dát zal moet gebeuren. Bij voorbaat mag niks worden toe- of afgedaan aan wat wordt gemeten. Naar beste weten moet met alles rekening gehouden worden. Immer telt alleen de realiteit.

Is sprake van continuïteit, ja of nee?

Allicht matching, een juiste toerekening, want iets anders is in strijd met de realiteit.

Vanzelfsprekend materialiteit, alleen de zaken die van belang zijn, hoofdzaken dus. Wat niet of nauwelijks ter zake doet, is uiteraard te verwaarlozen.

Bestendig, een vaste gedragslijn, wis en waarachtig. Ik onderschrijf het bestendigheidsprincipe volledig. Nota bene strikter dan zoals het door economen wordt uitgelegd. Ik vind dat economen zich hoogst oppervlakkig en feitelijk alleen in naam aan het bestendigheidsprincipe houden. Economen bepleiten slechts het vasthouden aan een gekozen stelsel. Normaliter zijn geen stelselwijzigingen toegestaan waarmee is bedoeld aanpassingen van grondslagen. Wie binnen eenmaal getrokken, rigide lijnen blijft, voldoet daarmee aan het bestendigheidsprincipe aldus economen.

De grondslagen van winst- en vermogensbepaling mogen niet elk jaar anders zijn, want dan wordt vergelijking in de tijd onmogelijk. Dat is de raison d'être van het bestendigheidsprincipe, aldus praten generaties economen elkaar na. Het idee heeft postgevat dat het er niet toe doet hóe de winst wordt geteld áls men maar consistent telt. Fout geteld, er naast zitten zou niet erg zijn zolang maar consistent wordt geteld. Absoluut is het wellicht verkeerd, maar zolang niemand weet wat de echte winst is, is toch alles relatief. Het idee is al bijna een stelling geworden. Een hoger getal (volgens een consistente telling) suggereert meer winst. Zo niet absoluut dan toch relatief. Misschien is 100 meer niet precies 100 maar wellicht 70 meer of misschien 120 meer. Meer is meer. Het lijkt een harde stelling. Een garantie is er echter niet. Er is voor zo'n stelling geen spoor van bewijs. Zelfs geen greintje logica. Want 100 meer geteld kan best 45 minder zijn. Alles kan, letterlijk álles kan zolang we niet zeker weten, bewezen weten wat winst werkelijk is.

Gehandhaafd moet worden in principe heel het ijken, in detail. Goed ijken dringt door tot in de wortels van alle in de literatuur beschreven en alle in de praktijk gebruikte stelsels (IFRS, US-GAAP, enzovoorts) en omvat nog veel meer. Men kan enerzijds niet alle activa over één kam scheren noch wat betreft 'waardering' noch wat betreft 'handhaving' om de eenvoudige reden dat de diverse activa verschillend zijn en uiteenlopende functies hebben. Terwijl anderzijds een eenheid monetair actief, een eenheid handelsgoederen en ook een werkeenheid van een duurzaam productiemiddel te schrijven is als respectievelijk eenheid A, eenheid B en eenheid C. Elk actief heeft een naam en een waarde (-interval) op enig balansmoment. Eenmaal gekozen normen moeten normaliter door de tijd heen gehandhaafd blijven en hier en daar is een waarde ogenschijnlijk vrij in te vullen maar daar zit men vervolgens wel aan vast. "Elke normwijziging zal moeten worden toegelicht en verdedigd en de eindwaarden zijn de beginwaarden van de volgende periode. Wie fraudeert, komt zichzelf tegen (Jacobs, 1996, p. 382)."

Over het voorzichtigheidsprincipe: dit is gebaseerd op een conservatieve doctrine, "the belief that it is prudent to under-estimate rather than to give as accurate as possible an estimate of value, and this has no obvious theoretical justification (Whittington, 1989, p. 126)." We moeten niet pessimistisch zijn, ook niet optimistisch, maar realistisch.

Ook het realisatieprincipe is een onhoudbaar dogma. Wanneer is iets gerealiseerd, een feit geworden? Het dogma zegt: pas zodra het baar geld is geworden. Daarvoor bestaat geen theoretische grondslag. Baar geld is slechts een vorm, één van de diverse vormen. Aan elke vorm kleven risico's. Misschien aan de baar geld-vorm nog wel het meest. "En dineros sea el caudal, de aquel que quereis mal (Johan de Brune, de Oude, Bancket-Werck, 1660)."

Geen realiteit maar fictie. Waarom zou een euro (een van de eerste tien) behorend tot de aanvankelijke waarde van een herwaardeerbaar actief wel zonder meer terugkomen en daarom vol meetellen, terwijl dat voor een euro (een van de laatste tien) behorend tot de meerwaarde na herwaardering nog staat te bezien? Het staat, de toekomst is nu eenmaal ongewis, voor álle euro's van de dagwaarde van een al dan niet geherwaardeerd actief te bezien of ze daadwerkelijk zullen terugkomen. Alles wat geweten wordt incluis wat men denkt te weten over de toekomst hoort zo goed mogelijk in de waarde hier en nu te zijn verwerkt. Als het goed is, gebeurt in de toekomst niets bijzonders meer. Boekwinst noch boekverlies zal er zijn àls de boekwaarde goed is. Er zal dan slechts een uitruil plaatsvinden van goed tegen geld. Iets anders is nota bene in strijd met de matchinggedachte!

Wat zegt de Nederlandse wet waarachter velen zich verschuilen? De wettekst ter zake luidt: "Winsten worden slechts opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het opmaken van de jaarrekening zijn bekend geworden." Verslag doen van de realiteit en niets anders dan de realiteit, dát lees ik hieruit. Die wetgever is veel slimmer dan menigeen denkt. Het woord 'verwezenlijkt' duidt aan dat iets werkelijkheid is geworden. In welke vorm is niet van belang. Verwezenlijking is denkbaar in andere en veiliger vormen dan baar geld alleen. Vergelijk met 'de gefactureerde omzet' bovenaan de verlies- en winstrekening; voor wat er komt te staan onder de laatste streep op diezelfde verlies- en winstrekening geldt precies hetzelfde. De stukken van de jaarrekening dienen getrouw grootte en samenstelling van vermogen en resultaat weer te geven. Getrouw betekent in dit verband dat het in de jaarrekening gepresenteerde beeld binnen aanvaardbare grenzen met de werkelijkheid overeenstemt. Dát vereist de wet. Om dat te bereiken moet zo nodig van wettelijke bepalingen worden afgeweken, aldus de wet en overigens kunnen in de toelichting desgewenst complete extra balansen en gedetailleerd uitgeschreven extra verlies- en winstrekeningen opgenomen worden teneinde een getrouw beeld van de werkelijkheid te tonen. Kortom, de wetgever legt helemaal niks in de weg, integendeel. En ik onderstreep: nergens in de wet staat dat alleen baar geld telt. Dat is máár een interpretatie en het is niet voor niets verworden tot een dogma.

De fiscale jaarrekening is geheim, een deal tussen belastingplichtige en fiscus. De fiscale winstcijfers door de jaren heen worden allicht zo laag mogelijk vastgesteld waarbij de een geneigd is tot wat meer en de ander tot minder toegeven aan de fiscus.

Wat men extern moet of wil publiceren (IFRS, US-GAAP, enzovoorts), acht ik vers twee. Vooralsnog is van de huidige door accountants goedgekeurde jaarrekeningen maar heel weinig serieus te nemen. Tot het laatst toe tonen gefailleerde ondernemingen door de accountant goedgekeurde jaarrekeningen. Een jurist die veel faillissementen zag passeren merkte ooit op: "de accountantsverklaring garandeert alleen dat de cijfers goed zijn opgeteld"; er is geen garantie dat de cijfers juist zijn, conform de werkelijkheid.

Veel belangrijker, met het oog op het besturen van het bedrijf, is de interne, wetenschappelijke, enig juiste jaarrekening. En het gaat niet alleen over een heel jaar en het hele concern, maar vooral ook over jouw bedrijfsonderdeel of jouw project over elke willekeurige periode. Bewezen correcte interne winst- en vermogenscijfers komen op de eerste plaats. Men zal het toch eerst goed voor zichzelf moeten weten vooraleer men een flard daarvan zinvol naar buiten toe kan rapporteren. Wat heeft iemand, die het zelf niet echt goed weet, eigenlijk te vertellen?

© 2010 Jan Jacobs/JBA-Databank, alle rechten voorbehouden.

 

En nog wat meer

Een simpel winkeltje. Slechts 1 artikel. Enkele in- en verkopen. Ga naar

http://www.bedrijfseconomievooriedereen.nl/?page=Put_it_to_the_test

en los het daar staande cijfervoorbeeld op.

 

WIL JE IETS UIT JBA-KWARTAAL GEBRUIKEN IN EEN TIJDSCHRIFT, NIEUWSBRIEF OF OP EEN WEBSITE?

Dat kan, zolang je deze informatie met een werkende link naar www.jbadatabank.com opneemt, en vermeldt:

"Door Jan Jacobs van JBA-Databank" of iets dergelijks.

Je snapt dat een correcte bronvermelding op prijs wordt gesteld.

En allicht mag je JBA-Kwartaal altijd aan vrienden en kennissen doorsturen.

 

*********************************************************

Dit eZine verschijnt 4x per jaar, gratis en vrijblijvend

In de eerste week van elk kwartaal een nieuwe JBA-Kwartaal

Rechtstreeks in je inbox!

Nog geen abonnee? Schrijf je in voor dit eZine!

*********************************************************

Wie is Jan Jacobs?

In 1985 startte ik als parttime vakdocent Bedrijfseconomie in het reguliere hoger onderwijs. Nadat door mij in 1983 JBA-Databank was opgericht. Ik heb gedoceerd bij IHBO De Maere, bij SWOT (Stichting Wetenschappelijke Opleidingen Twente) en Saxion Hogescholen tot ik daar - inmiddels vergroeid met mijn vak - van mijn vakdocentschap werd beroofd en dertien-in-een-dozijn tutor zou moeten worden. Het kwam zelfs tot een bodemprocedure. De processtukken geven aan dat ik 21 jaar lang trouw mijn plichten heb vervuld en maken melding van mijn "onweersproken goede functioneren tot aan de invoering van de nieuwe functieordening", aldus een officiële uitspraak. Vakdocent/onderzoeker is een mooi beroep. Ik, Ir Jan F. Jacobs, ben een bevlogen en betrokken docent, aldus erkende Saxion Hogescholen in de processtukken. Wetenschappelijke creativiteit en nieuwsgierigheid vertalen zich in inspirerend onderwijs. Steeds weer blijken de beste onderzoekers te behoren tot de beste docenten. Vraag het generaties studenten die ik mocht opleiden tot mondige burgers. Zie mijn CV, de meer dan 10 ISBN geregistreerde boekuitgaven op mijn naam en mijn GRATIS te downloaden SSRN-papers.

Een slaafs volgzame tutor worden, kon ik niet. Principieel.

Het was een Werdegang in het hbo.

Er bleven geen professionele docenten over maar instructeurs, one-size-fits-all tutoren en studieloopbaanbegeleiders.

Het nieuwe leren - zoals door Saxion Hogescholen werd doorgevoerd - is door wijlen prof. Bart Tromp als "oplichterij van het zuiverste water" ter kennis gebracht van Minister Plasterk.

Aan JBA-Databank was inmiddels de sectie OPLEIDINGEN toegevoegd.

Ik blijf vakdocent/onderzoeker en ik stel er een eer in om de cursisten van E-cursus Bedrijfseconomie en E-course Period Profit Measurement degelijk op te leiden.

LinkedIn http://linkedin.com/in/janfjacobs
Twitter http://twitter.com/JanFJacobs
YouTube http://www.youtube.com/user/JacobsFrJan
SSRN (papers for free) http://ssrn.com/author=333079 

****************************************************************************
JBA-Databank
Beethovenlaan 36, 7522 HJ Enschede
Tel. 053 - 4355502
info@jbadatabank.com
www.jbadatabank.com
Weblog over Corporate Governance, Beleggen en Hoger Onderwijs
****************************************************************************



Deze nieuwsbrief is verzonden op: 05-07-2010 10:42:00

Terug naar de nieuwsbrieven